» FAQ levenscyclus Livarvarkens

    Betekenissen & varkenstaal

    Zeug:
    moedervarken
    Beer: mannelijk varken
    Gelt: jonge zeug die nog een eerste keer biggetjes moet krijgen
    Zuigende big: biggetje dat nog drinkt bij de moeder (zeug)
    Gespeende big: biggetje dat niet meer drinkt bij de moeder (zeug)
    Vleesvarken: varken vanaf leeftijd van +/- 12 weken tot slachtleeftijd
    Werpen: bevalling, de zeug werpt haar biggetjes
    Spenen: biggetjes krijgen geen melk meer van de zeug
    Opleggen: varkens worden van biggenstal naar vleesvarkensstal verplaatst
    Dekken: bevruchten van een zeug
    Toom: biggetjes geboren op hetzelfde moment van dezelfde zeug
    KI: kunstmatige inseminatie = manier om een zeug te dekken
    Biologisch: volgens de biologische EU-wetgeving en SKAL regels geproduceerd
    BLk: Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming
    Oormerk: individuele registratie van een dier
    Castreren: mannelijke biggetjes ontdoen van hun testikels om berengeur te voorkomen
    Wroeten: manier waarop varkens de grond omwoelen met hun neus/wroetschijf
    Uitsnijderij: locatie waar het vlees tot vleesproducten en vleeswaren verwerkt wordt







    Het moedervarken (= de zeug) wordt gedekt (geïnsemineerd) met sperma van een mannelijk varken (= de beer). Na een drachtduur van gemiddeld 115 dagen (ezelsbruggetje: 3 maanden, 3 weken, 3 dagen) worden de biggetjes geboren. Gemiddeld krijgt een zeug ongeveer 14 biggetjes per keer dat ze bevalt (=werpt). Een biggetje weegt ongeveer 1,5 kg bij de geboorte. Een zeug kan iets meer dan twee keer per jaar biggetjes krijgen. Een groep biggetjes die geboren is op hetzelfde moment van dezelfde zeug heet een toom biggetjes. De biggetjes blijven 6 weken lang bij hun moeder om melk te drinken (Figuur 1).


       Figuur 1 Pasgeboren biggetje dat melk drinkt bij de zeug. Foto gemaakt op de Livar kloosterboerderij.


    Langzaamaan leren we ze ook om brokjes te eten. Na 6 weken wordt de zeug bij de biggetjes weggehaald (=de biggen worden gespeend). De biggetjes moeten dan gedurende zo'n 5-6 weken leren op eigen benen te gaan staan en zullen enkel nog brokjes eten. Als de biggetjes ongeveer 11-12 weken oud zijn, ze wegen dan ongeveer 25 kg, worden ze overgebracht naar de vleesvarkensstal. Hier zitten ze in groepjes bij elkaar, krijgen lekker eten van Limburgse granen en kunnen naar hartenlust met elkaar spelen, binnen of buiten (Figuur 2). Uiteindelijk groeien de Livarvarkens in een totale duur van ongeveer 8-10 maanden tot een gewicht van +/- 140 kg.



       Figuur 2 Vleesvarkens in hun uitloop buiten bij Livarboerderij Montfort.


    Als ze dit gewicht bereikt hebben worden ze naar het slachthuis getransporteerd. Vanuit het slachthuis gaat het karkas naar de uitsnijderij van Livar in Echt. Hier wordt het Livarvarken verder verwerkt tot heerlijke vleesproducten en vleeswaren (Figuur 3).

       Figuur 3 Verwerking van het Livarvlees tot mooie vleesproducten in de uitsnijderij


    Via een slager of een restaurant komt het malse stukje Livarvlees uiteindelijk op uw bord terecht.


    Kan ik bij Livar een rondleiding krijgen?

    Helaas kunnen wij niet iedereen een rondleiding aanbieden op onze boerderijen of in de uitsnijderij. Vanaf de openbare weg kunt u echter bij de Kloosterboerderij bij Abdij Lilbosch in Echt de varkens buiten zien lopen. Daarnaast kunt u via de VVV Zuid-Limburg (www.visitzuidlimburg.nl) een rondleiding boeken op de Kloosterboerderij. Livar is daarnaast bezig met het ontwikkelen van een Experience center (zie Innovaties & Toekomst) waar het wel mogelijk zal zijn om een rondleiding te krijgen.


    Op Abdij Lilbosch te Echt worden al bijna honderd jaar scharrelvarkens gehouden, verzorgd door de monniken en volgens hun maatstaven. In 2000, een jaar na het ontstaan van Livar, hebben de monniken van de abdij zich aangesloten bij Livar. In de Livarketen worden de normen en waarden en de maatstaven waaronder de varkens al bijna honderd jaar op de Abdij gehouden werden, voort gezet..


    Een Livarboederderij is kleinschalig. Op een Livarboederij zijn maximaal ca. 300 zeugen en ca. 1500 vleesvarkens aanwezig. Dit ligt ver onder de gemiddelde bedrijfsgrootte die we in de Nederlandse varkenshouderij zien.



    Wageningen Environmental Research (Alterra) heeft normen opgesteld om aan te geven wanneer er gesproken kan worden over megastallen. Bij varkens hebben we het dan over bedrijven met meer dan ca. 7500 vleesvarkens of bedrijven met meer dan ca. 1200 zeugen (fokvarkens) (Bron: Alterra en Milieudefensie). Livarbedrijven hebben maar maximaal ca. 300 zeugen en/of ca. 1500 vleesvarkens en vallen dus niet onder megabedrijven.



    Ja, alle Livarvarkens kunnen buitenspelen. Reeds vanaf de geboorte kunnen de jonge biggetjes samen met de zeug naar buiten. Het heerlijk buiten kunnen ronddwalen is ook voor onze vleesvarkens vrij toegankelijk.





    Ja, alle Livarvarkens kunnen wroeten in het stro of in een zandbak. Livar voert eveneens onderzoek uit om de mogelijkheden tot wroeten nog verder te ontwikkelen.



    Nee, een Livarvarken hoeft zich niet te vervelen. Livarvarkens kunnen zelf kiezen of ze lekker binnen in het stro willen liggen, buiten willen spelen, willen wroeten in de modder, vers stromend water willen drinken of heerlijk willen luieren. Voldoende activiteiten aanwezig, om zich niet te hoeven vervelen.



    Een Livarvarken krijgt een speciaal geselecteerde mix van granen, geteeld in Limburg. Deze granen zijn verwerkt tot smakelijke brokjes. Door er brokjes van te maken kunnen we garanderen dat de granen beter opgenomen worden en bovendien kunnen er dan extra kwaliteitscontroles uitgevoerd worden.





    De Livar zeugen hebben altijd toegang tot een weide. Livar voert regelmatig proeven uit om te kijken of ook de vleesvarkens het gehele jaar door in de wei kunnen lopen ( ze hebben dan wel een warme schuilhut ter beschikking) en met name ook hoe de weide zich gedurende de seizoenen en jaren houdt (varkens vinden het namelijk heerlijk om te wroeten). Dit onderzoek wordt uitgevoerd op de kloosterboerderij van Livar. U kunt hier vanaf de openbare weg de varkens in de weiden zien lopen. In totaal lopen er maar 20 varkens per hectare weiland.

     





    Het Livarvarken is een speciale kruising van rassen, speciaal geselecteerd om enerzijds robuuste dieren te hebben die goed kunnen tegen veel ruimte en buitenuitloop, anderzijds voor hun smaak. Smaak ontstaat met name door de marmering van het vlees met vet (intramusculair vet). De basis van het Livarvarken zijn oude varkensrassen.





    Door een moederdier van het ene ras te kruisen met een vaderdier van een ander ras zullen de nakomelingen de helft in zich hebben van beide ouders en dus van beide raskenmerken. Door dan nog verder te kruisen kun je uiteindelijk de goede eigenschappen van diverse rassen samenbrengen, zoals het geval is bij het Livarvarken.





    Livarvarkens hebben zoveel verschillende kleuren omdat ze kruisingen zijn van verschillende rassen. Deze rassen hebben elk hun eigen specifieke kenmerken en specifieke kleur.



    Als biggen gespeend worden dan wordt de zeug weggehaald bij de biggen. De biggen krijgen dan geen melk meer te drinken, maar eten zelf brokjes.

    Bij Livar worden de biggetjes pas vanaf een leeftijd van 42 dagen gespeend ( normaal gesproken al bij 28 dagen).



    Livarvarkens hebben allemaal een krulstaart. Staartjes worden bij Livarvarkens niet gecoupeerd (= het verwijderen van het staartje op jonge leeftijd). Omdat Livarvarkens zich niet hoeven te vervelen, ze hebben ruimte en stro, zijn ze niet geneigd om aan de staartjes van hun broertjes of zusjes te gaan knabbelen en is er dus ook geen noodzaak om hun staartjes preventief in te korten.





    Het castreren van mannelijke varkens gebeurt omdat de mannelijke dieren, wanneer ze geslachtsrijp worden, een onaangename geur gaan ontwikkelen die ook nog opgemerkt kan worden bij het verhitten van het vlees. Dit heet berengeur (zie ook “hoe zit het met berengeur?”).

    De stoffen androstenon (mannelijk feromoon) en skatol zorgen voor deze penetrante geur.

    De mannelijke Livarvarkens worden gecastreerd. Dit doen we omdat we de goede kwaliteit van het Livar vlees niet kunnen garanderen wanneer we intacte beren zouden slachten. Omdat Livarvarkens ook ouder worden, langzamer groeien en veel buiten leven, is het risico op berengeur ook groter.

    Op de Livarboerderijen waar zeugen zijn, zijn vaak wel één of enkel beren aanwezig om de dames te “plezieren”. Op onze kloosterboerderij hebben we bijvoorbeeld één beer, Frenske genaamd. De onaangename geur die hij verspreid is absoluut niet onaangenaam voor de zeugen.


     

    Varkens moeten in Nederland (en in veel andere landen) een oormerk dragen volgens de wetgeving. Elk oormerk draagt het nummer van het bedrijf van herkomst. Op die manier is elk dier individueel geregistreerd en kan het getraceerd worden. Eén zijde van dit oormerk moet verplicht geel van kleur zijn, vandaar dat je allemaal gele oorbellen ziet bij de Livarvarkens.





    Livarvarkens blijven gezond door een combinatie van factoren.

    Ten eerste zijn Livarvarkens gefokt vanuit een speciale kruising van rassen zodat ze robuust zijn en van zichzelf een goede weerstand hebben.

    Daarnaast vaccineren we de Livarvarkens tegen ziekten die vaak voorkomen bij varkens. De zeugen worden gevaccineerd zodat ze via de moederkoek en later via de biest en de melk antistoffen door kunnen geven aan hun biggetjes. Daarnaast worden ook de biggen en vleesvarkens gevaccineerd zodat hun immuunsysteem optimaal kan werken tegen allerhande ziektes. Dit is vergelijkbaar met de vaccinaties die jonge kinderen krijgen om ze te beschermen tegen vervelende ziektes.

    Verder krijgen de Livarvarkens natuurlijk de beste voeding in de vorm van speciaal geselecteerde Limburgse granen en worden ze heel goed verzorgd. Ze hebben veel ruimte en kunnen altijd zelf kiezen of ze buiten of binnen willen zijn, waardoor ze zich niet vervelen en gezond blijven.





    Om biggetjes te krijgen moet een zeug gedekt worden met sperma van een beer. Dit gebeurt door kunstmatige inseminatie (KI). Bij de beer wordt een hoeveelheid sperma afgenomen en dit wordt bij de zeug ingebracht met behulp van een pipet. De reden dat er geen natuurlijke dekking gebeurt is dat er dan teveel risico is op verwondingen bij de zeug en op de overdracht van ziektes. Het sperma van een beer van een KI-station wordt namelijk heel goed gecontroleerd op veel voorkomende ziektes bij varkens.





    Op een zeugenbedrijf zijn zeugen en biggen aanwezig. Soms blijven de biggen ook totdat ze volgroeid vleesvarken zijn. Op een vleesvarkensbedrijf zijn enkel vleesvarkens aanwezig. Deze worden naar dit bedrijf gebracht vanuit een zeugenbedrijf waar ze als biggetje geboren zijn.





    Een Livarvarken dat wordt geslacht voor de productie van lekker Livarvlees wordt gemiddeld 8-10 maanden oud. Ze wegen dan ongeveer 140 kg. Een zeug kan wel 6 jaar oud worden.





    Livarvarkens worden geslacht in een klein slachthuis dat op korte rijafstand van de boerderijen ligt. De varkens worden een aantal uren voordat ze daadwerkelijk geslacht worden al naar het slachthuis gebracht zodat ze even rustig kunnen wennen aan hun nieuwe omgeving. Voordat ze geslacht worden, worden ze gekeurd door een dierenarts. De dieren worden op een rustige manier naar de plaats gedreven waar ze elektrisch bedwelmd worden.

    Nadat ze verdoofd zijn worden ze uiteindelijk gedood door ze te verbloeden. Dit zorgt voor een heel snelle daling van de bloeddruk waardoor het dier binnen een paar tellen dood is.

    Doordat ze vooraf verdoofd zijn voelen ze hier zelf niets van. Vervolgens kan de rest van het slachtproces gestart worden. Hierbij worden de dieren helemaal schoon gemaakt en worden de ingewanden verwijderd. Uiteindelijk worden de Livarvarkens als 2 halve karkasdelen weer teruggebracht naar de uitsnijderij van Livar in Echt waar ze verder worden verwerkt tot vleesdelen en vleesproducten.




    Livarvarkens worden getransporteerd in vrachtwagens die speciaal zijn uitgerust voor het vervoer van varkens. De afstanden waarop de dieren vervoerd moeten worden, bijvoorbeeld naar het slachthuis, zijn bewust zo kort mogelijk gehouden. Als eis stellen wij dat het transport maximaal 2 uur mag duren.

     


    Livarvarkens hebben altijd de mogelijkheid om zelf te kiezen of ze binnen of buiten willen zijn. Buiten hebben ze toegang tot een uitloop die in de meeste gevallen uit een grotendeels dichte vloer bestaat met daarnaast een stukje roostervloer waar de mest doorheen kan.

    Daarnaast proberen we om de dieren de mogelijkheid te geven om te wroeten, iets wat een varken graag doet. We doen onderzoeken om te zoeken naar de beste mogelijkheden om de varkens te laten wroeten. Binnen verblijven de dieren in stallen die zijn onderverdeeld in compartimenten. Zo zitten de zeugen met hun biggetjes in een ruim kraamhok. De zeug kan hier altijd vrij rondlopen en wordt dus niet opgesloten tussen hekken.

    De gespeende biggen zitten in een aparte biggenafdeling waar ze met groepjes samen zitten. Of, de gespeende biggen blijven in extra grote kraamhokken zitten totdat ze naar de vleesvarkensafdeling kunnen, dit heet dan een kraamopfokhok. De vleesvarkens komen, met dezelfde groep als waar ze mee in de biggenafdeling zaten, in een vleesvarkenshok.

    De minimale afmetingen voor de hokken staan hieronder. Deze afmetingen komen overeen met de eisen voor het Beter Leven keurmerk 3 sterren van de Dierenbescherming. Livar stelt daarnaast nog aanvullende eisen aan de huisvesting van de dieren. Zo mag bij Livar bijvoorbeeld maar 25% van de uitloop overdekt zijn om op die manier de uitloop op een zo natuurlijk mogelijke manier uit te voeren. Wij vinden het daarnaast heel erg belangrijk dat de Livarvarkens duidelijk verschillende leefgebieden hebben in hun hokken. Zo hebben ze een lekker lignest dat ingestrooid is met stro, een functiegebied waar ze kunnen eten en drinken, een gebied waar ze kunnen mesten en een gebied waar ze kunnen spelen.

    Dragende zeugen zitten met een grote groep bij elkaar, hebben toegang tot een buitenuitloop en een weide en natuurlijk een lekker dik ingestrooid lignest. Op al onze fokbedrijven krijgen de dragende zeugen hun voer in een voerstation. Door haar oormerk wordt de zeug herkend door het voerstation en wordt aan haar de juiste hoeveelheid voer aangeboden afhankelijk van haar drachtduur.

    Tabel: minimale afmetingen per dier van de hokken (binnen en buiten) voor de diverse diercategorieën.

    Diercategorie

    Oppervlakte binnen

    Oppervlakte buiten

    Beren

    ≥ 6.0 m2

    ≥ 8.0 m2

    Dragende zeugen

    ≥ 2.5 m2

    ≥ 1.9 m2

    Kraamhok

    ≥ 7.5 m2

    ≥ 2.5 m2

    Gespeende big

    ≥ 0.6 m2

    ≥ 0.4 m2

    Vleesvarken

    ≥ 1.3 m2

    ≥ 1.0 m2

     

     

     

    Nee, Livar gebruikt geen luchtwassers op de stallen. De stallen hebben namelijk allemaal een natuurlijke ventilatie (open nok, deurtjes voor uitloop naar buiten). Een luchtwasser zou daarom zijn werk niet goed kunnen doen, omdat je dan het principe krijgt van airconditioning met de ramen open. Daarnaast is het gebruik van een luchtwasser een “end-of-pipe” oplossing. Er wordt dus eerst geur en ammoniak geproduceerd dat dan vervolgens door een luchtwasser weer gezuiverd moet worden.

    Livar zet zich ervoor in om juist een oplossing te vinden die ervoor zorgt dat de ontwikkeling van geur en ammoniak zoveel mogelijk voorkomen wordt. Hiervoor doen we onderzoek naar het mestgedrag van varkens. Als we namelijk direct bij de bron, als het varken mest of urine produceert, zorgen dat mest en urine zoveel mogelijk gescheiden blijven en gescheiden wordt afgevoerd, dan kan er een zeer sterke reductie gerealiseerd worden in de ontwikkeling van geur en ammoniak.





    Berengeur is een onaangename geur die verspreid kan worden bij het verhitten van vlees van beren (mannelijke varkens). Veel consumenten zijn gevoelig voor deze geur en willen deze geur liever niet ruiken als ze een stukje varkensvlees bakken. Berengeur ontwikkelt zich door 2 stoffen die de beer aan gaat maken naarmate hij geslachtsrijp wordt.

    Deze stoffen zijn skatol en androstenon. Omdat Livarvarkens ouder worden dan in de gangbare varkenshouderij en daarnaast ook meer hun oergedrag vertonen omdat ze een buitenuitloop hebben, is het risico op de ontwikkeling van deze berengeur groter bij Livarvarkens. Daarnaast is de vleeskwaliteit van berenvlees lager. Om berengeur te voorkomen en een goede vleeskwaliteit te kunnen waarborgen castreert Livar daarom de mannelijke varkens.





    Nee, het is helaas niet mogelijk om een Livarvarken te kopen. Wel kunt u ze komen bezoeken als u een rondleiding volgt via de VVV Zuid - Limburg bij de kloosterboerderij van Abdij Lilbosch.





    Nee, Livar slacht geen speenvarkens. Speenvarkens worden namelijk al op heel jonge leeftijd geslacht. De kwaliteit van Livarvlees zit hem juist erin dat het rijper van smaak is.





    De door de Livarvarkens geproduceerde mest kan weer gebruikt worden om het akkerland te voorzien van voedingsstoffen, zodat hierop weer granen geteeld kunnen worden die de varkens vervolgens weer op kunnen eten. Dit is dus een kringloop.